




Schijnzelfstandigheid. Voor veel zelfstandigen voelt het als een dreigend zwaard boven hun hoofd. Want wat betekent het nu écht? Wanneer ben je volgens de wet een echte ondernemer en wanneer vindt de Belastingdienst dat je eigenlijk gewoon werknemer bent?
In een uitgebreide podcastaflevering ging ik hierover in gesprek met Cosmas Blaauw, oprichter van SharePeople en zelf jarenlang zzp’er. Samen doken we in de wirwar van regels en rechtspraak. Van de oude VAR tot de huidige DBA en de aankomende VBAR en zelfstandigenwet: het is een pad vol mist, grijze zones en tegenstrijdigheden.
In dit artikel lees je de belangrijkste inzichten, onderbouwd met citaten uit ons gesprek en concrete voorbeelden.
“De wet DBA was niet duidelijk. Dus dacht men: we maken een nieuwe wet, de VBAR. Maar die is óók niet duidelijk.”
Het probleem zit in de manier waarop de wet wordt toegepast. Of er sprake is van schijnzelfstandigheid, wordt namelijk altijd achteraf door een rechter bepaald. En de uitspraken van die rechters zijn vaak moeilijk te volgen, zelfs voor doorgewinterde juristen.
Een bekend voorbeeld: het Deliveroo-arrest. Bezorgers werden door de rechter gezien als schijnzelfstandigen. Het bedrijf besloot zijn biezen te pakken en vertrok uit Nederland. Logisch, want de kosten en risico’s werden onhoudbaar. Maar bij Uber op het eerste gezicht een bijna identiek model, oordeelde de rechter begin 2025 juist dat chauffeurs wél echte ondernemers waren.
“Dit kunnen wij als gewone leken niet volgen. Alleen een rechter kan dat bepalen. En dat maakt het zo ingewikkeld.”
Voor zzp’ers betekent dit dat ze zich constant afvragen: val ik straks in de Deliveroo-categorie of in de Uber-categorie? En dat maakt ondernemen in dit klimaat extra onzeker.
Veel zzp’ers denken: “Het risico is voor mij.” Maar in werkelijkheid kijkt de Belastingdienst vooral naar de opdrachtgever. Cosmas legt uit:
“Jij als zzp’er hebt er eigenlijk niet zoveel last van. Het is de opdrachtgever die risico loopt. De Belastingdienst kan in 2027 terugkijken tot 1 januari 2025 en zeggen: dit had een dienstverband moeten zijn. Dan moet de opdrachtgever alsnog sociale premies en pensioen betalen.”
Rekenvoorbeeld: stel je factureert €100 per uur. Wordt jouw opdracht achteraf als schijnzelfstandigheid beoordeeld, dan kan de Belastingdienst de opdrachtgever dwingen om nog eens €50 per uur aan sociale lasten en pensioenpremies af te dragen. Het uurtarief van €100 wordt ineens €150 – zonder dat de opdrachtgever dat had ingecalculeerd.
Het gevolg? Opdrachtgevers nemen liever het zekere voor het onzekere. We zien nu al:
Kortere opdrachten: liever 3 maanden contract dan 1 jaar.
Rotatie van zzp’ers: elke zes maanden iemand anders, om de kans op “dienstverband” te verkleinen.
Tussenpartijen en verplichte bv’s: opdrachtgevers dwingen zzp’ers soms via een bureau te werken, of zelfs een bv op te richten.
Maar dat zijn lapmiddelen. Cosmas:
“Een BV gaat jou niet helpen. En een partij ertussen kost je marge. Als je dan toch geld uitgeeft, besteed het liever aan dingen die maken dat je niet als schijnzelfstandige gezien wordt.”
Om te begrijpen waarom dit onderwerp zo complex is, moeten we terug naar de basis.
VAR (tot 2016): de Verklaring Arbeidsrelatie gaf zzp’ers en opdrachtgevers een zekere geruststelling. Het idee was simpel: zolang je meerdere opdrachtgevers had, zat je veilig. Veel zzp’ers hebben dit nog steeds in hun hoofd als “de gouden regel”.
Wet DBA (vanaf 2016): de VAR werd vervangen. In plaats van een simpele check ging het nu om een holistische beoordeling van negen criteria. Het aantal opdrachtgevers is sindsdien slechts één van die criteria, niet meer dé doorslaggevende factor.
VBAR (verwacht in 2026): de opvolger van de DBA. Het doel: meer duidelijkheid. De realiteit: ook de VBAR lijkt vol mist en uitzonderingen te zitten.
Cosmas: “De wet DBA moet altijd holistisch bekeken worden. Negen criteria. Als het vier tegen vijf is, kan het zijn dat die vijf zwaarder wegen. Dat maakt het voor niemand voorspelbaar.”
Kortom: regels komen en gaan, maar de kern blijft dat de zzp’er en de opdrachtgever in onzekerheid blijven zitten.
Een van de meest voorkomende situaties waar schijnzelfstandigheid dreigt, is het invullen van vacatures door zzp’ers.
Cosmas gaf een helder voorbeeld: “Stel: een bedrijf zoekt een vaste medewerker, maar kan die niet vinden. Jij zegt: ik doe het wel als zzp’er. Dan vul je dus feitelijk een vacature in. Dat riekt naar schijnzelfstandigheid.” Toch betekent dat niet dat dit altijd fout is. De oplossing: maak er een opdracht van:
“Niet: ik zit op kantoor van negen tot vijf en doe wat jij zegt. Wel: ik lever dit resultaat, op mijn manier, binnen deze termijn. Dat is ondernemen.”
Veel zzp’ers proberen zich in te dekken door vinkjes te zetten: eigen laptop gebruiken, zelf werktijden bepalen, jezelf kunnen laten vervangen. Belangrijk, maar niet genoeg volgens Cosmas:
“Ik vind dat je niet volgens een lijstje moet werken, maar echt als ondernemer moet denken: hoe los ik dit probleem op? Dan wordt je opdracht leuker en sterker. Je opdrachtgever rekent je af op resultaat, niet op aanwezigheid.”
Voorbeelden van een ondernemersaanpak:
Dit vraagt een mental shift: weg van “tijd verhuren”, richting “waarde leveren”.
De komende verkiezingen worden cruciaal voor de toekomst van zzp’ers. Er gebeurt veel op politiek vlak en dit is niet allemaal in het voordeel van ons zzp'ers. Er zijn een aantal partijen die duidelijke voor en duidelijk tegen het bestaan van zelfstandig ondernemers zijn. Hieronder een korte weergave van de grote partijen die kleur bekennen.
Cosmas: “Let bij verkiezingen goed op welke partij zzp’ers ruimte wil geven. Het bepaalt wie straks de wet schrijft.”
De discussie over schijnzelfstandigheid is rommelig en politiek geladen. Wetten wisselen, rechters spreken elkaar tegen, en opdrachtgevers spelen op safe. Maar als zzp’er hoef je geen speelbal te zijn. Of zoals Cosmas het zegt:
“Word goed ondernemer. Schuif het niet af naar een tussenpartij. Dat helpt je niet. Jij moet laten zien dat je serieus zelfstandige bent.”
Wie zijn rol als ondernemer pakt, verkleint het risico aanzienlijk. En misschien nog belangrijker: je vergroot je eigen vrijheid, onafhankelijkheid en onderhandelingspositie.
👉 Wil je live meepraten over schijnzelfstandigheid?
Sluit je aan bij ons Open Podium. Daar organiseren we Q&A’s met experts zoals Cosmas Blaauw, zodat je niet alleen het nieuws volgt, maar ook concrete antwoorden krijgt voor jouw situatie.
Nee. Onder de oude VAR-regeling gold dat als vuistregel, maar sinds de Wet DBA is dat niet meer voldoende. Meerdere opdrachtgevers is slechts één van de negen criteria. Je moet laten zien dat je écht zelfstandig onderneemt: met eigen middelen, eigen risico’s en duidelijke opdrachten.
Bijna nooit. Een bv verandert niets aan de manier waarop je werkt. Als de Belastingdienst vindt dat jouw opdrachten in loondienst zijn uitgevoerd, kan ook een bv dat niet voorkomen. Bovendien kost een bv je vaak meer in administratie en belastingen.
De Belastingdienst kijkt vooral naar de opdrachtgever. Die kan verplicht worden sociale premies en pensioenpremies met terugwerkende kracht af te dragen. Jij blijft echter eindverantwoordelijk voor je administratie. In de praktijk merk je dat sommige opdrachtgevers daarom voorzichtiger worden en liever geen lange opdrachten meer uitzetten.